Wer ist ein Berliner?

Wer ist ein Berliner?

Lief dagboek,

De eerste 24 uur zitten erop! Schluss, niemer tsuuruuk tsuu krijgen. Met de trein van Rotterdam, via Utrecht, Amersfoort en Hannover naar Berlijn. Een firsttimer! Berlijn, de stad van Frau Merkel, de man met de dikste piemel ter wereld en dat liedje met die vogels.
Aan voorbereiding doe ik nooit, ben ik veel te lui voor, dus bij aankomst op het Berlin Hauptbahnhof ben ik een volle 10 minuten in totale verwarring. Sta ik daar, met mijn rugzakkie en rolkoffertje, geen ídee waar ik naar toe moet. 837 roltrappen, U-bahns, S-bahns, bussen van A tot Z met nummers, taxi’s, een miljoenmiljard mensen en de eerste die contact met me maakt is een onmeunig knap zigeunermeisje die me om geld vraagt. Ik lispel haar een ‘nein’ toe en ben geneigd haar de weg te vragen, maar voor je het weet woon je in een caravan, heb je 12 kinderen en draag je alleen nog maar korte broeken en hempies waar je bierbuik onderuit komt.
Uiterlijk onbewogen, maar van binnen compleet in paniek besluit ik een kaartjesautomaat te betasten. Ik toets de straatnaam in van mijn hotel en waarempel, voor € 2,70 kan ik daar zonder overstappen komen.

Eenmaal in de metro… trein… tram… enfin, het houdt het midden tussen een metro en een mini-trein voel ik me weer helemaal het mannetje. Kijk mij eens forensen! Niets aan het handje! Ouwe globetrotter dat ik ben.
Ik stap uit bij de Savignyplatz en slenter richting het hotel. Google Maps is onontbeerlijk tegenwoordig; een keer rechts, rechtdoor, linksaf en dan zou ik er moeten zijn. En damn, wat een fijn gevoel. Alle paniek ebt weg als ik langs de pizza-etende meisjes direct bij de uitgang van het station loop. Een dikke zwerver aait zijn hond, een homostel met verse baby knikt me lachend toe en de eerste terrasjes die ik passeer worden bevolkt door een melange van hipsters, babyboomers en Turken. Overal Turken. Turrek hier, Turrek daar, en dan zit ik nog niet eens in Kreuzberg. De dikste Turken rijden hier trouwens in de dikste auto’s, valt me op.

Enfin, ik vind mijn hotel, check in en ga linea recta weer naar benee, want daar wacht Tom op mij. Tom woont in Berlijn, heeft een Duitse frau en gidst dees en geen door Berlijn. Opdracht van mij: ik ben hier maar zeer kort, ik wil in rap tempo een paar highlights zien die typisch Berlijns zijn en te maken hebben met de Tweede Wereldoorlog.
Wat volgt is een ruim drie uur durende tocht van Oost naar West Berlijn, over de muur, over het IJzeren Gordijn, omdat ik daar wilde zijn, waar de geschiedenis tastbaar blijkt te zijn.

(eerlijk zeggen, je neuriet nu ‘Over de muur’ hè’?)

Compleet gaar, maar impressed door de immense ruimte van de Tempelhof, de grootheidswaanzin wat betreft de Volkshalle en de afschuwelijke toeristenmassa bij Checkpoint Charlie reis ik terug naar het hotel.
Ik heb honger, smacht naar bier en stil deze smachtende honger met een halve liter bier en een Black Angus burger in een bar.

Na dit gelag is het bad-boek-bed-tijd. Als een prinsje slaap ik tot het ochtendgloren plus een beetje extra en stap ik monter de ontbijtzaal binnen. De weldaad van het ontbijtbuffet laat ik mij goed smaken, om daarna zonder vastomlijnd plan -want lui- Berlijn te verkennen.
Ik loop 2,5 uur aaneengesloten en verwezenlijk ‘Over de muur’ door vrijwel elke (toeristische) plek aan te doen. De Gedächtniskirche, Unter den Linden, Brandenburger Tor, Alexanderplatz, alles komt voorbij. Bij het Sowjetisches Ehrenmal (Russische Monument) in de Tiergarten maken Russen selfies, en poseren wulpse deernes op de kanonnen van de tanks. Dit stukje tik ik terwijl ik een schnitzel eet op de Kurfürstendamm.

In de namiddag heb ik afgesproken met Bernd, directeur van het Alliierten Museum en dus duikel ik het Berlijnse OV weer in. Zit ik in eerste instantie nog alleinig te zitten te zijn in de mini-trein, na twee haltes zijn daar een spierwitte oude man (+/- 103) met safarihoedje, witte sokken en sandalen en zijn (ik vermoed) kleindochter (+/- 25) van getinte persuasie. Wat een onverwachte combi en Wat. Een. Schoonheid. Ze is betoverend mooi. Jawohl.
Het ongemak van recht tegenover elkaar zitten en niet weten waar te kijken, vervliegt als sneeuw voor de ook in Berlijn brandende zon. Schaamteloos staar ik haar aan. Ze lacht naar me. Opa glimlacht me toe.

Na een klein halfuurtje stap ik uit in een brede straat met grote huizen aan weerszijden van de weg. In de verte zie ik een jachtvliegtuig in de voortuin staan. Dat moet dus het museum wel zijn!

Meer lezen over het museum? KLIK!

BloggerTjeerd

Schrijver in de breedste zin van het woord. Schreef een prijswinnend thrillerdebuut en wisselt het schrijven aan zijn derde boek af met reizen naar Panama, Noorwegen en many more. Kwalificeerde zich in Parijs voor de Wereldkampioenschappen OCR in de Verenigde Staten. Als hij niet sport, drinkt hij Trappistenbier en denkt hij goed te kunnen dansen.