Roadtrippin’ back home…

Roadtrippin’ back home…

Daarna struinden we door de haven. Ik zag een man zitten die me erg bekend voorkwam. Het bleek een van de gepensioneerde vissers te zijn die ik 2 jaar geleden ontmoette toen ik vast zat in Tenby. We dronken koffie en wandelden toentertijd elke dag. Hij belde meteen John, een van de andere vissers.

“Look John! Do you remember miss Sweden? (I’m from Holland!), you know, the photographer who wanted to go to Caldey last year? (2 years ago!) Yes! She’s here! She’s still the same! Just gained a little bit of weight. (JOE BEDANKT!)”

De vrouw achter de bar in de haven keek hoofdschuddend toe. “We have to deal with this every day, can you believe that?” Ik voelde me weer helemaal thuis. Het was precies als toen, alleen dan met lekker weer. Breed glimlachend gingen we verder. We dronken koffie bij mijn favoriete koffieplek op aarde met uitzicht over de baai: Café Vista. Ik bladerde mijn eigen boek door. Hier begon het allemaal. Een meeuw pikte ons lotus koekje. We besloten na een tijdje eerst even te douchen en daarna het nachtleven van Tenby te verkennen.

Toen we tegen de avond Tenby weer inliepen kwamen we uit bij de Lifeboat Tavern. Een toffe kroeg met live muziek. Een man speelde er bluesmuziek op gitaar. We dronken whisky en gin en in mijn pas gekochte jaren 50 jurk voelde het een beetje als in de film. We kletsten wat en genoten van de sfeer. Redelijk op tijd gingen we terug naar het hotel, de volgende ochtend moesten we natuurlijk al vroeg de boot hebben naar Caldey.

Om 8 uur liepen we de haven in. De boot zou om half negen vertrekken. Alan de kapitein herkende me. “At least the weather is better than last time you were here right! Welcome back!” Op de boot ontmoette ik een vrouwtje dat vroeg wat ik kwam doen. Ik vertelde dat ik Caldey weer ging bezoeken na 2 jaar, omdat ik er gewoond had en mijn boek had gemaakt.

OH! Are you Ilse? I bought your book! Brother Titus loves it!

Een paar minuten later kwam Paul aan waarbij ik logeerde toentertijd. Het was fantastisch al die bekenden te zien. Een half uur later meerden we aan op het eiland waar Brother Titus al stond te zwaaien.

Er stonden nog meer bekenden en het voelde als thuiskomen. Titus bracht ons naar cottage nummer 3 waar we konden slapen. Het stond al een tijdje leeg en rook wat muf. We gooiden meteen alles open en genoten van de stilte. We dronken een kop koffie (belangrijk!) en verkenden het eiland. Ik ontmoette oude bekenden en kletste bij. We slopen door het verboden bos en liepen naar Bullums Bay, langs het huis van de piraat.

Later in de middag liepen we omhoog naar de vuurtoren en verder naar Red Berry Bay. Dé plek op het eiland om zeehonden te spotten. We klommen een stukje naar beneden en ploften in het gras. Het was het lekkerste weer van de wereld. De laatste keer dat ik er zat had ik een dikke winterjas en laarzen aan. En was ik best een beetje verdrietig omdat het fotograferen moeizaam liep in het begin van de reis. Nu zat ik hier in mijn zomerjurkje met volle teugen te genieten van de schoonheid van het eiland.

We liepen nog een stuk door naar Sandtop Bay en gingen daar in het gras een boekje lezen. Heerlijk liggen in de zon, met uitzicht op St. Margareths, een stuk schiereiland. Het geluid van meeuwen op de achtergrond. Gelukkiger dan dat kon ik op dat moment niet zijn. Wat een heerlijkheid.

We liepen terug naar ons huisje want later die avond zouden we om het eiland gaan varen in de boot van Paul. Beneden bij de steiger (de jetty, in eilandtermen) ontmoette ik Barbara en Don. Zij wonen in de zomer in cottage nummer 1 en hen ben ik destijds misgelopen. Ze was helemaal enthousiast. Ze hadden mijn boek in huis en zaten vol prachtige verhalen over het eiland. Paul ging in z’n rubberbootje naar zijn boot en wij wachten aan de kant. Het duurde en het duurde. Op een gegeven moment kwam hij terug. De boot deed het niet. Ty-pisch Caldey. Het gaat nooit zoals je wil dat het gaat. Er werd voorgesteld dat we in plaats van de boottocht maar gewoon wijn gingen drinken op de veranda van Ty Gwyn, het huis van Paul. Mijn lievelingshuis op aarde.

We dronken wijn met zijn allen, en uiteindelijk eindige het erin dat we met zijn allen buiten aan de grote houten tafel die ik nog mee heb geschilderd, gingen eten. De zon ging onder en ik lag in mijn hangmat naar het tafereel te kijken. Intens gelukkig te wezen. Ooit ga ik er wonen. Ik weet het zeker. Het is mijn favoriete plek op aarde met de meest waanzinnige zonsondergangen.

(tekst gaat verder na de foto’s)

Samen met Simon liepen we door het donkere bos met onze zaklampen weer naar huis. De volgende ochtend was het eindelijk tijd om een beetje uit te slapen en om half 10 kwam ik weer enigszins als mens mijn bed uit. We ontbeten en dronken koffie. Ik liet Maartje nog wat van het eiland zien en daarna besloten we af te dalen naar Sandtop Bay. De mooiste baai van het eiland. Twee jaar geleden toen ik er was, heeft de storm een groot stuk van het zand weggeslagen waardoor je niet meer langzaam af kan dalen maar stijl naar beneden moet. We gleden met onze blote voeten de berg af en struinden over het strand. Ik rende met mijn voeten door de zee, klom op een paar rotsen en genoot van de zon.

Na een tijdje waren we rozig en werd het tijd om terug omhoog te klimmen met het touw wat er hing… en dat was nog best wel een uitdaging. Ik zwoegde met mijn bar slechte conditie en een fototas op mijn rug naar boven. Toen ik eindelijk boven was klom Maartje handig als een aapje achter me aan. Damn. We wandelden terug naar ons huisje en ik vond het slim om nog even vol in de netels te stappen voor de nodige prikkels. Hnnggg…

Die avond dronken we voor de verandering weer gin tonic en speelden we rummikub. Maar eerst gingen we nog naar de avondmis. Het compline om half 8. Mijn lievelings. Het is een mis waarin de monniken a cappella het Salve Regina zingen. Ook dronken we nog een gin tonic aan zee en keken we een uur lang naar een zeilboot die voor het eiland ronddobberde.

(tekst gaat verder na de foto’s)

De dag erna bleek het wat regenachtig. We bezochten nog delen van het eiland die Maartje niet gezien had, sloegen wat chocolade en fudge in voor de terugreis en pakten onze spullen. Het was eigenlijk een heerlijk rustig dagje waarin we boeken lazen en gewoon een beetje vakantie vierden. ‘s Avonds gingen we barbecuen bij Ty Gwyn waar Paul een aantal vrienden op bezoek had. We zagen weer de zonsondergang, bouwden een kampvuur, zongen zachtjes mee met Carole King, aten elderflower cake, dronken wijn, bier en gin (jep) en genoten. Ik genoot van mijn tenen tot mijn kruin. Een van de mensen daar zei:

You don’t want to leave, aren’t you?

Ze kon mijn gedachten lezen. Ik wilde dat die avond mijn hele leven lang zou duren.

En toch was het de volgende morgen zover. We moesten weer gaan. Terwijl we onze laatste spullen inpakten, toonde de lokale pauw nog even zijn veren. Kletsten we nog met Greg, onze buurman en sjeesden daarna naar de jetty. Titus gaf ons een knuffel. “Stay joyfull darling, enjoy every day of your life.” We sprongen op de boot en Simon nam nog wat foto’s. We lagen in een deuk toen Titus een photobomb probeerde te doen en er telkens voorsprong. Zie je het voor je? Een monnik in zijn pij die op de kade heen en weer springt? Haha!

We zwaaiden tot we ze niet meer zagen en gingen toen nog een middagje Tenby in. Tenby dat een beetje bewolkt en grauw was. We aten een ijsje, shopten, aten het lekkerste ontbijt ever (eggs florentine!) dronken weer een fatsoenlijke kop koffie en bezochten de boekwinkel. Ik wilde nog kijken of er interesse was voor het (meer) inkopen van mijn boek. Ik vertelde dat ik de auteur was en ze deden alsof er een filmster binnenkwam. Of ik even alle boeken wilde signeren die in de winkel lagen… ik voelde me lichtelijk opgelaten maar oh wat was het lief!

In de middag besloten we alvast een stukje richting Hull te rijden waar we de volgende avond de boot weer terug moesten hebben. We stopten bij een camping en vroegen of er nog plek was. De eigenaar was een enorme praatgrage mafkees en na een halfuur praten (we hadden honger en wilden heel graag gewoon een plekje op de camping) wisten we dat zijn zus keelontsteking had, hijzelf een gebroken nek had gehad, er gipsy’s op de camping kwamen zo nu en dan, en ga zo maar door. We grinnikten toen we eindelijk van hem af waren. We reden voordat we gingen slapen naar een dorpje (drie huizen en een pub) verderop om fish en chips te gaan eten.

(tekst gaat verder na de foto’s)

Daar zaten we dan, in onze bus, in een typisch Engels dorpje van niks (om depressief van te worden) fish en chips te eten.

We dronken nog één avond gin en tonic in de camper tijdens een potje rummikub en gingen onze laatste camping-nacht in. De volgende ochtend reden we richting Hull, waar we ontdekten dat daar heel veel booskijkende chagrijnige mensen woonden. Onderweg hadden we alleen maar eindeloze regen. We aten ‘s avonds in een shoppingcenter pizza, struinden wat winkeltjes af, sloegen gingerbeer in en reden toen door naar de boot. We besloten de overgebleven gin maar soldaat te maken in de hoop een betere nacht te hebben dan de heenweg. We hadden de grootste lol… (je had hier bij moeten zijn)

De volgende ochtend om een uur of 6 werd er alweer omgeroepen dat het ontbijt klaarstond en was ons avontuur voorbij. De acht dagen zijn voorbij gevlogen. Ik had het voor geen goud willen missen en zou het zó weer overdoen.

Lees hier deel 1
Lees hier deel 2

BloggerIlse

Begenadigd fotograaf en jurkjesdrager. Leefde drie maanden op een eiland voor de kust van Wales tussen de monniken en maakte daar een boek over. In Manilla maakte ze een fotoreportage over de bizarre op zich staande wereld die de Payatas vuilnisbelt vormt. Drinkt wijn for breakfast en danst salsa als een pro.